Ironman Barcelona 05.10.2014

cropped-dsc000511.jpg

Barcelona-Calella, 5 oktober 2014 – De straten van Calella staan blank, evenals mijn onderbroek en shirt terwijl ik twee regenjasjes draag. Ik tel dat 343m verderop de bliksem in slaat, en de wind trekt aan. Bijna niemand klikt zijn schoenen alvast op zijn fiets in het wisselpark. Vreemd. Zullen wij dat ook maar niet doen?

‘Nee’, zegt expert Edward – mijn reisgenoot die zijn tiende Ironman start terwijl ik vandaag mijn eerste ga doen – ‘we blijven bij ons plan’. Op weg naar huis hebben we ons eerste verbeterpunt 1) trek bij noodweer je wetsuit alvast aan.

IMG-20141006-WA0013

Terwijl ik me thuis af droog om mijn wetsuit in te komen (…) beginnen we de voordelen van dit kutweer te benoemen. Want een positieve mindset was onze voorbereidingstactiek – naast cortisol-vrij zijn. “Een voordeel is dat je je niet ziet plassen op de fiets. En ik heb zo’n vier weekenden in de stromende regen getraind”, zeg ik, “denk je dat Zuid-Europeanen dat doen? Natuurlijk niet. Dan blijven dus alleen de Britten over”. Het voordeel van het uitstellen van de start is dat ik mijn overgevlogen supporters nog kan zien. Dit was de eerste keer dat mijn vriendinnen komen kijken bij een race, en ik geloof dat alle andere atleten ook van ze genoten hebben. Een explosie van kleur, energie, hotpants en gegil, of zoals Edward t zegt: ‘Het enige wat zij doen is lol maken of niet?’.

Vlak voor het startschot beslaat (voor het eerst) mijn nieuwe zwembril. Gelukkig wordt de vrouw uit het publiek niet boos wanneer ik zonder te vragen mijn bril aan haar katoenen shirt afdroog. Tussen de honderden mensen zie ik wonder boven wonder mijn zus – die ruimschoots te laat was voor de oorspronkelijke starttijd – en ze zwaait uitbundig terug. Tijdens het zwaaien kijk ik nog even om me heen en merk dat ik vooraan sta, wat doorgaans afgeraden wordt, om te voorkomen dat je klappen krijgt van snellere zwemmers. Ik maak mezelf wijs dat de dames hier minder hard zwemmen dan bij de eredivisie dus blijf ik op pole-position staan. Het hele stuk door de woeste stormzee houd ik de voeten van twee dames. Ze leken niet heel hard te gaan maar het zwemt fijner achter hen dan wanneer ik de zee alleen trotseer, dus ik blijf er bij.

In de wissel zie ik mijn zwemtijd. Awesome!! Thats just awesome! Zeven minuten sneller dan gedacht (62 ipv 69min). Toch besluit ik de rest van de dag niet te kijken naar tussentijden, maar alleen naar hartslag en soms snelheid – tegenvallend resultaat leek me moeilijk positief te benaderen.

Verbeterpunt 2) als je rustig door de bocht gaat omdat de natuurstenen / putdeksels spekglad zijn, ga dan niet kei hard staan op je pedalen zodra je de bocht weer uit bent.

Na het passeren van een bocht, slipt mijn wiel weg en ga ik bijna op onderuit. Maar blijven zitten hoort ook bij het vak fietsen. Het parcours droogt langzaam op en ondertussen begint het hoofdstuk eten.

Ik heb zoveel mensen om advies gevraagd dat ik niet meer wist wat ik moest doen qua voeding. Het laatste advies kwam van een Vlaming, die me vergezelde bij mijn laatste verkennings-fietstraining. Hij drukte me op het hart dat je moet doen wat je gewend bent. Nou, dan wordt het fruitshakes, broodjes falafel, zakjes noten, mangosapjes en zelfgemaakte sportrepen… Natuurlijk had ik in mijn schema dingen staan als: test je wedstrijd-ontbijt. Maar dat zou steeds betekenen: tekort slapen om op tijd te ontbijten maar daarmee zou ik mijn cortisol level weer omhoog gooien. Enfin, de gemeenschappelijke deler was “it is all about nutrition”. Dus de dag voor de race tel ik uit wat ik zou verbranden en zou kunnen opnemen, en stel een menu samen. Ontbijt: 8 boterhammen met jam. Lunch (dus op de fiets): 9 bidons (a 750mL) sportdrank met Mg2+ pillen, aangegeven door mijn supporters (die nog steeds klagen over spierpijn van naar de drankpost rennen) en als bijgerecht: gels, repen en winegums (dit mocht alleen op het begin van het fietsparcours i.v.m. beperkte opname en risico op last tijdens het lopen). Toetje (dus bij het lopen): eigen gels, en van de organisatie cola en isostar.IBBK3728-20×30

Toch nam ik de laatste kilometers van het fietsen nog een reepje (de rest van de extra’s had ik al op). Maar zoals je dat kan hebben met dingen waar je spijt van krijgt zodra je het gegeten hebt, spuug ik het uit. Aaaah maar ik wil toch een stukje reep, en eet alsnog een restje op wat bij t uitspugen op mijn arm terecht is gekomen. Gelukkig hingen hier geen camera’s. Ondertussen vliegen dames voorbij die meerijden in stayergroepjes met mannen (dit is een non-stayer race). Maar ik blijf alleen rijden en hou me gedeisd op hartslag 140. Dit bleek achteraf de moeilijkste uitdaging van de race. Voor de laatste wissel voel ik me supersterk en begin enthousiast aan het lopen. En ik geloof erin dat t gerecyclede stukje reep heeft geholpen.

Ik weet hoe lang 42km is dus ik benader elk rondje van 10km apart. Dat werkt, en ik haal ondertussen veel stayeraars weer in, en let weer alleen op hartslag en soms op snelheid. Verder is mijn hoofd bijzonder leeg van gedachten. Leger dan normaal. Geen sommen, geen gerechten, weinig liedjes – wat ik normaal wel heb. Wel zeg ik tig keer “you are doing great” en “no matter what the time is, you are finishing fast” – zoals geinspireerd door deze jongen. Een Nederlandse uit het publiek vraagt of ik wil dat ze mijn positie opzoekt. “Ja doe maar, graag!” roep ik. De volgende km’s bedenk ik me dat dat dom is, en maak een plan hoe ik om ga met haar woorden straks. Als het bijvoorbeeld een positie achteraan is, moet ik dat positief vertalen en weer focussen op mijn eigen race. Gelukkig lig ik eerst in mijn agegroup. Precies wanneer ik dat hoor, haalt een 25-35jr ogende dame (ik zit in 25-29jr) met lange vlecht me met een tempo-verschil van 2km/h me in. Dat was zoveel harder, dat ik haar laat gaan en ik ga weer verder met mijn zelfcursus mindfulness. Tweede zou ook bovenverwachting zijn. De passerende vrouw beseft niet dat ze me later tot een mega eindsprint zou brengen.

Verbeterpunt 3) houd een isogel achter de hand als back up. Het was dom om mijn supporters te instrueren de laatste ronde geen isogels meer te geven, omdat ik het vanaf dan op cola zou doen, wat je sneller op kan nemen dan maltodextrine, wat in de gels zit.

De laatste ronde blijkt de cola op en krijg ik maar een mini slokje Isostar te pakken. Trek, ongelofelijke trek, aaaaah mijn buik knort en voel me licht in mijn hoofd. Ik overweeg om ijsjes van kinderen af te pakken, of een sinas van het terras langs de kant te grijpen, maar ik besluit het netjes oplossen. “Je hebt twaalf kilo vet”, herhaal ik tegen mezelf, “twaalf kilo, gebruik het, gebruik het” en sleep mezelf de laatste kilometers door. Op 41,7km verschijnt de vlecht opeens weer in het zicht, met dezelfde kleur trisuit aan! Jaaa! Jaa! En uit het puntje van mijn vetreserve haal ik wat energie en zet met alles wat ik heb een eindsprint in. 50m voor de finish heb ik haar, blijkt hij iemand anders te zijn, en slaat hij af voor de volgende ronde. Aaah nee! Die mediterrane herenkapsels! Met het zelfde tempo besluit ik de race te finishen, want zie de klok rond de .56 staan en wil absoluut niet op een .01 uitkomen.

Twee meter na de finish hoor ik dat ik met een finishtijd van 9h50min58sec eerste van mijn agegroup geworden ben en kan ik de hele avond niet meer ophouden met praten >> ik ga naar Hawaii!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s